Als het anders loopt

Inleiding

  • Laura en haar man hebben twee kinderen
  • Ze wilde graag een kindje dragen voor een man vrouw koppel met vruchtbaarheidsproblemen
  • Na meerdere pogingen moest ze besluiten het traject te stoppen 
Ik heb absoluut geen spijt van het traject. Ik had het ook voor niemand anders willen doen. En ik denk ook achteraf niet dat we het anders hadden kunnen doen
Laura
Draagmoeder

Wens om draagmoeder te worden

Laura: Mijn man en ik hebben twee kinderen. Na de geboorte van onze jongste wist ik dat ons gezin compleet was, maar zwanger zijn vond ik zo bijzonder en magisch. Ik voelde me dankbaar dat het ons gegund was en dacht: dat gun je toch iedereen. Toen is het idee om draagmoeder te worden ontstaan. Omdat onze dochter nog zo jong was, hebben we dat plan toen even geparkeerd.

Eerste contact met de wensouders

Veel later zag ik een bericht op sociale media. De zus van de wensmoeder woonde in onze buurt en deelde hun verhaal. Dat bericht bleef maar in mijn hoofd rondhangen. Na een week heb ik het met mijn man besproken en besloot ik een berichtje te sturen. Een week later ontmoetten we elkaar. Het voelde vanaf het eerste moment goed.

Praten en voorbereiden

Na een paar gesprekken zeiden we: we willen dit een kans geven. We meldden ons aan bij de kliniek en kwamen op de wachtlijst terecht. In de tussentijd hadden we regelmatig contact en voerden we veel gesprekken. Het klikte goed, we zaten vaak op één lijn. 
Het voortraject bij de kliniek verliep ook soepel. De psycholoog had vertrouwen dat we eventuele knelpunten samen konden oplossen. Wachten op de uitslag van het medische onderzoek vond ik wel spannend, omdat je daar geen invloed op hebt. Na anderhalf jaar kregen we groen licht.

De embryoplaatsingen

Bij de eerste embryoplaatsing herkende ik al snel signalen die ik ook bij mijn eigen zwangerschappen had gevoeld, maar het zette niet door. De test bleef negatief. We mochten snel door naar een tweede poging, wat ergens fijn was: er was weer actie. 
Ik nam alles heel serieus. Minder sociale activiteiten, veel rust, geen koffie of alcohol. Ik voelde een grote verantwoordelijkheid en wilde niets aan het toeval overlaten. Er waren maar zes embryo’s, dus elke poging voelde belangrijk. Bij poging twee was het embryo niet goed ontdooid. Dat kwam onverwacht en was een teleurstelling. 

De derde embryoplaatsing gaf opnieuw hoop, ik voelde dat het raak was en testte positief maar ik kreeg een bloeding. Op de echo zagen ze dat er nog weefsel was achtergebleven. Om dit eruit te krijgen kreeg ik medicatie. Hierna besloten we even pauze te nemen. 

In deze periode hebben we in een alternatieftraject extra onderzoeken gedaan bij mij. Ik heb een tijd lang medicijnen geslikt hiermee zouden de kansen op zwangerschap toenemen werd ons verteld.  

Twijfels en lange onzekerheid

In die periode zagen we de embryo’s eigenlijk één voor één verdwijnen, en dat gaf steeds meer onzekerheid. De wensouders wilden daarom naar Amerika, om te onderzoeken of daar nog embryo’s gemaakt konden worden. Dat moest daar gebeuren omdat de eierstokken van de wensmoeder moeilijk vindbaar zijn. Rationeel snapte ik die keuze ze wilden een plan B maar emotioneel stak het. Ik dacht: geven we de moed in Nederland nu al op? Bovendien betekende het dat embryo’s die in Amerika zouden worden gemaakt alleen geplaatst mochten worden bij een Amerikaanse draagmoeder. Dat voelde als een grote stap weg van wat we samen waren begonnen. Uiteindelijk leverde Amerika geen nieuwe embryo’s op, wat de spanning verder vergrootte. De laatste embryo’s in Nederland voelden daardoor nóg kostbaarder. Ondertussen stond mijn leven volledig on hold; ik had zo lang gewacht. 

Toen de wensouders daarna aangaven dat ze met mij nog maar één plaatsing wilden proberen, kwam dat hard binnen. We hadden eerder afgesproken dat we na hun traject in Amerika hier samen verder zouden gaan. Ze wilden wel doorgaan, maar alleen als ik opnieuw extra onderzoek zou laten doen en eventuele behandelingen. Dat zou opnieuw maanden vertraging betekenen. Alles bij elkaar maakte dat ik begon te twijfelen: Doe ik hier nog wel goed aan? Wil ik al die extra onderzoeken en extra behandelingen nog wel? Waar stopt dit?” 

De beslissing om te stoppen

Op een gegeven moment merkte ik dat beslissingen te ver van me af begonnen te staan. In het traject verplaats je je continu in de ander; je probeert steeds te begrijpen hoe het voor hen voelt. Je gaat langzaam steeds een stap verder dan je misschien zelf zou doen. Maar er komt een moment waarop dat niet meer gezond is. De beslissing om te stoppen was ontzettend moeilijk. We hadden zoveel gedeeld, er was een mooie band ontstaan. Maar toen ik de knoop doorhakte, viel er wel een last van mijn schouders. Toch bleef ik daarna nog maanden boos en teleurgesteld. Pas later kwam er rust en bezinning.

Ondersteuning uit de omgeving

Tijdens het traject vroeg de kliniek of ik psychologische ondersteuning wilde, maar ik voelde me voldoende gesteund door mijn man, familie, collega’s en een paar goede vriendinnen. Zij zagen van dichtbij wat het traject met me deed en boden precies de steun die ik nodig had.”

Bij jezelf blijven

Je leest vooraf dat het een intens traject kan zijn, maar je hebt geen idee hoe het écht is totdat je er middenin zit. De onzekerheid dag in dag uit vond ik echt killing. Maar ik heb ook veel geleerd: beter voor mezelf opkomen, grenzen bewaken, bij mezelf blijven. Dat wil ik andere draagmoeders meegeven: blijf bij jezelf. En voor wensouders én draagmoeders: blijf praten, wees eerlijk en blijf open naar elkaar toe.

Geen spijt

Ik heb absoluut geen spijt. Ik had dit voor niemand anders willen doen. We hebben het samen zo zorgvuldig mogelijk gedaan. Het contact met de wensouders is nu weer heel goed. Onze kinderen zijn dol op hen. Volgend jaar trouwen ze, en wij zijn er de hele dag bij. 
Natuurlijk baal ik dat het niet heeft geleid tot het mooie resultaat waar we met zijn vieren zo op hadden gehoopt, maar ik kijk wel met warmte terug op wat we samen hebben geprobeerd. 

Delen op: FacebookTwitter